Een nieuw masker van jong

heb ik opgezet en ik glimlach,

zwijgzaam, wondbaar, stom,

in de zilveren winterdag.

Het wittespel van sneeuw,

vormt van hoofd tot zool,

rond kerven van allengs en eeuw,

een wonderlijk aureool.

Zonder speeksel en spraak,

in gelauwerde kilte,

ligt het leven voor me braak,

vermomd in sneeuwwitte stilte.

IJl en lachend

rijpt er nieuwe jeugd in mij,

onstuitbaar, niet langer wachtend,

gekerfd, doch nieuw en blij,

volslagen geschift,

face lift.

Related Posts